Nee is geen ja en ja is geen nee!

  • Hoe vaak komt het voor dat je ja zegt terwijl je eigenlijk nee zou willen zeggen?
  • Hoeveel keer doe je dingen die je eigenlijk helemaal niet wilt?
  • Wordt of werd er geluisterd naar jouw ja of jouw nee?
  • Heb je soms spijt dat je ja hebt gezegd terwijl je nee bedoelde of andersom?
  • Al eens over nagedacht waarom je geen ja of geen nee durft te zeggen?

 Door duidelijk ja of nee te zeggen, kom je voor jezelf op, geef je je grenzen aan, maak je bewuste keuzes, tegelijkertijd mag je jezelf laten zien aangezien je het waard bent om voor je keus/mening uit te komen. Samengevat: je bent sterk genoeg om (negatieve) reacties te weerstaan, voel je je gelijkwaardig aan de ander, je voelt je namelijk veilig genoeg en je hebt zelfvertrouwen.

Grenzen aangeven

Misschien zeg je nu ja hoor dat kan ik wel ….. op het werk.  Het kan zijn dat je  bovenstaande facetten heel goed beheerst op je werkplek. Maar kom je thuis bij je partner of ouders dan kan het zomaar heel anders zijn, want hoe goed je op je werk je grenzen ook aangeeft, zo moeilijk kan het zijn tegenover je partner of ouders. Andersom kan natuurlijk ook. Thuis durf je heel goed je grenzen aan te geven, maar niet op je werk. Of je durft je grenzen nergens echt aan te geven.

Wat kan de reden zijn dat jij niet of onvolledig je grenzen aangeeft?

Veelal ligt de oorzaak in de jeugd. Is er in het verleden over je grenzen gegaan? Heb jij als kind aangegeven dat je iets niet wilde en is daar geen gehoor aan gegeven? Werd er niet geluisterd bijvoorbeeld omdat ouders het te druk met zichzelf hadden? Had je als kind maar te doen wat de juf of meester wilde ook al was het onrechtvaardig? Als er een activiteit was die jij niet wilde en je zei nee, werd de activiteit gestopt of ging het gewoon door? Heb je een pestverleden waardoor er stelselmatig over jouw grenzen werd gegaan? Deze vragen kun je jezelf stellen om te zoeken naar de oorzaak.

Keuzes maken

Ja en nee zeggen heeft ook met keuzes te maken. Heb je geleerd om keuzes te maken? Mocht je bv. weleens kiezen wat er ’s avonds gegeten werd, waar je met een uitje naartoe wilde of welke kleding je wilde dragen? Of werd de dienst altijd door anderen uitgemaakt en had je geen enkele keus? Mocht je jouw eigen leertraject volgen of moest je zo hoog mogelijk presteren?  En als je mocht kiezen, werd je dan vervolgens gewaarschuwd voor negatieve gevolgen waardoor je de keus liet varen? Heb je ooit keuzes gemaakt die toch niet zo goed uitpakten? Van fouten kun je leren en ook van foute keuzes.

Voor je mening uitkomen

Hoe belangrijk was vroeger jouw mening? Deed het ertoe als je je mening gaf en werd daar naar geluisterd? Of was het meer zo dat je wel een mening mocht hebben zolang je daar maar niet over sprak? Misschien mocht je zelfs je mening niet ‘denken’ zoals vaak het geval is bij geloofsovertuigingen. Ter illustratie: mocht of mag iemand vanuit de gemeenschap homoseksueel of lesbisch zijn? Mocht hij of zij hiervoor uitkomen en dus een eigen mening hebben én een eigen keus maken? Kortom: mag jij anders zijn en/of een eigen mening hebben?

Reacties weerstaan

Als je een mening hebt en keuzes maakt, kunnen anderen daar soms verbaasd, boos of teleurgesteld op reageren. Dit is onlosmakelijk verbonden met het feit of je geleerd hebt om grenzen aan te geven, om keuzes te maken en om voor je mening uit te komen. Want als je dit niet hebt geleerd, weet je ook niet hoe anderen op jou zullen reageren als jij voor jezelf opkomt. Dat is angstig, want wat gaat die ander zeggen, hoe voelt dat en wat moet je dan zeggen? Daarbij willen wij vaak als mens graag aardig gevonden worden. Stel dat je nee zegt en die ander vind je niet meer aardig?

Gelijkwaardig

Hier kunnen we een boek over schrijven, maar ik probeer het kort te houden. Mensen hebben zich ooit gemeten aan de dieren en dieren hebben een rangorde. Zo is de directeur de baas, de manager staat hieronder, dan volgt de werknemer. Net zoals de regering de wetten maakt, ambtenaren die uitvoeren en de inwoners zich aan die wetten houdt. In huiselijke kring  was vader vroeger de baas want die bracht het geld binnen. Daaronder stond de moeder en daaronder de kinderen. De kerk bepaalde wat er gedacht en hoe er geleefd werd en dat komt nog altijd voor. Als kind hebben wij allemaal aan die onderkant van de ladder gestaan. Niets mis mee zolang er respectvol met elkaar wordt omgegaan. Daar ging en gaat het vaak mis. Ieder mens, kind, vrouw, man, directeur of werknemer verdient respect. Helaas is de ‘gevoelshiërarchie’ nog lang niet gelijkwaardig. Als er als kind niet geluisterd werd naar jouw grenzen, je geen keuzes kon maken en je niet voor je mening mocht uitkomen, was er geen respect en dus geen gelijkwaardigheid.

Veiligheid en zelfvertrouwen

Veiligheid en zelfvertrouwen zijn het gevolg van aangeleerde kwaliteiten zoals grenzen aangeven, keuzes maken en voor je mening uitkomen. Heb je deze geleerd en kun je deze kwaliteiten ook in je leven inzetten dan voel je je veilig genoeg. Je hebt geleerd voor jezelf te kiezen en voor jezelf op te komen waardoor je zelfvertrouwen hebt opgebouwd.

Ja en Nee leren zeggen

Je bent nooit te oud om te leren! Ga eerst voor jezelf na wat je wilt leren. Je kunt dit in stapjes opbouwen door:

  • als eerste in je hoofd te gaan oefenen met nee/ja zeggen in dagelijkse situaties
  • vervolgens te oefenen voor de spiegel door duidelijk en helder nee/ja te zeggen
  • jezelf af te vragen: op welke momenten zou ik nee/ja willen zeggen?
  • te bedenken wat de reactie van de ander zou kunnen zijn als jij nee zegt
  • tegelijkertijd te voelen wat dit met jou doet
  • je af te vragen hoe je met een (negatieve) reactie om kunt gaan
  • vervolgens ga je dit op de makkelijkste situaties gebruiken
  • geef jezelf een schouderklopje of beloon jezelf met een klein kadootje zodra het je gelukt is!

Sessie of vraag

Mocht je naar aanleiding van dit thema nog vragen hebben of een sessie voor hulp, stel je vraag of maak een afspraak via de contactpagina.

Liefs, Yvonne